Rijksoverheid

MDC

Gebruik


In Nederland werken ongeveer 85.000 hulpverleners en daaraan gelieerden met C2000. In eerste instantie is C2000 exclusief bestemd voor politie, brandweer, ambulancediensten en bepaalde onderdelen van Defensie zoals de Koninklijke Marechaussee (KMAR).

Via het C2000-netwerk kunnen gesprekken worden gevoerd en in beperkte mate data (vooral korte berichten zoals ‘vrij’ of ‘ter plaatse’) worden verstuurd. Eenheden van politie, brandweer, ambulancezorg en Koninklijke Marechaussee gebruiken het netwerk voor de dagelijkse werkafstemming met hun meldkamers. De politie is daarbij de grootste gebruiker. Hulpverleners op straat dragen een portofoon. Met de portofoons kunnen de hulpverleners via C2000 communiceren met de meldkamer. Op de meldkamer zit een centralist die alle oproepen aanneemt en afhandelt. Naar aanleiding van hulpaanvragen van burgers geven de centralisten in de meldkamers eenheden gerichte opdrachten. De eenheden nemen deze opdrachten aan. Zij informeren de meldkamer wanneer zij ‘ter plaatse’ zijn, welke eventuele extra maatregelen of specialisten nodig zijn en wanneer de opdracht is afgehandeld.

Naast portofoons worden er ook mobilofoons gebruikt. Deze hebben dezelfde functie als portofoons, maar zijn vaak ingebouwd in dienstauto’s.

Alle mobilofoons en portofoons zijn uitgerust met een noodknop. Na één druk op deze knop wordt er direct contact gelegd met de meldkamer. Eventueel andere lopende gesprekken tussen sprekers en de meldkamer worden dan verbroken. De hulpverlener staat nu in direct contact met de meldkamer en andere eenheden luisteren automatisch mee.